Actuele ontwikkelingen in het recht

Personen en familierecht:

Nieuw huwelijksvermogensrecht per 1 januari 2018
Voor mensen die in 2018 of daarna in Nederland trouwen geldt niet meer automatisch het
 systeem van een algehele gemeenschap van goederen. 
Mensen die in 2018 of daarna trouwen houden een eigen vermogen.
Er ontstaat daarnaast ook nog een gemeenschappelijk vermogen. 
Het is mogelijk om van het nieuwe systeem door middel van huwelijkse voorwaarden  af te wijken.

Als niet wordt afgeweken van het wettelijke systeem, dan geldt globaal het volgende.
Wat elk van de echtgenoten afzonderlijk of gezamenlijk vanaf de huwelijksdatum verkrijgen wordt
gemeenschappelijk eigendom.   Dat geldt echter niet ten aanzien alles dat verkregen wordt.
Belangrijke uitzonderingen zijn bijvoorbeeld wat elk van de echtgenoten afzonderlijk uit een nalatenschap
(dus vanuit een erfenis) of uit een gift ontvangt. Bepaalde pensioenrechten worden ook niet gemeenschappelijk. 
Die goederen en rechten blijven dus van de echtgenoot die erft of de schenking krijgt of de pensioenrechten opbouwt.
Gemeenschappelijk blijft wat de echtgenoten al voor de huwelijkssluiting gemeenschappelijk hadden.
Niet gemeenschappelijk worden de goederen die elk echtgenoten reeds voor de huwelijkssluiting hadden.

Wettelijke indexering alimentatie per 1 januari 2019
Het percentage waarmee alimentatiebedragen per 1 januari 2019 worden aangepast bedraagt 2 %.
Een alimentatiebedrag van bijvoorbeeld € 250,00 per maand komt dan per 1 januari 2019 uit op € 255,00.
De rechter kan de werking van de indexering uitsluiten of beperken.
Partijen kunnen de werking van de indexering ook beperken of uitsluiten.
Het is verstandig een dergelijke afspraak schriftelijk vast te leggen.

Arbeidsrecht:

Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)
De Wet werk en zekerheid is nog nieuw. Het eerste deel ervan trad in werking op 1 juli 2015 en  het tweede deel op 1 januari 2016.
Toch wil minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nu al een grondige opknapbeurt voor de arbeidsmarkt. Op 7 november 2018
heeft hij daarom het voorstel voor de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) naar Tweede Kamer gestuurd. Die wet zou met een pakket maatregelen de verschillen tussen vast en flexwerk moeten verkleinen. Hierdoor zou het voor werkgevers aantrekkelijker worden om mensen een vast contract
te bieden. Flexibel werk zou mogelijk blijven waar het werk dat vraagt.

Het persbericht d.d. 7 november 2018 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid meldt over bedoelingen van het wetsvoorstel onder andere het volgende:

  • Ontslag wordt ook mogelijk als er sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond. Nu moet de werkgever aan een van de acht ontslaggronden volledig voldoen. Deze nieuwe negende grond geeft de rechter de mogelijkheid omstandigheden te combineren. De werknemer kan maximaal een halve transitievergoeding extra krijgen (bovenop de transitievergoeding), wanneer de cumulatiegrond gebruikt wordt voor het ontslag.
  • Werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding), ook tijdens de proeftijd. Nu geldt dit pas vanaf een dienstverband vanaf twee jaar.
  • De opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden. Dit wordt voor iedereen een derde maandsalaris per gewerkt jaar.
  • De WW-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract. Nu is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waar een bedrijf actief in is.
  • Er komt een regeling voor kleine werkgevers om de transitievergoeding te compenseren als ze hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte.
  • Verlenging van de proeftijd voor werkenden die meteen een vaste contract krijgen, van twee maanden naar vijf maanden.
  • De opeenvolging van tijdelijke contracten, de zgn. ketenbepaling, wordt verruimd. Nu is het mogelijk om aansluitend drie tijdelijke contracten in twee jaar te aan te gaan. Dit wordt drie jaar.
  • Ook wordt het mogelijk om de pauze tussen een keten tijdelijke contracten per cao te verkorten van zes naar drie maanden als er sprake is van terugkerend tijdelijk werk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan.
  • Daarnaast komt er een uitzondering op de ketenregeling voor invalkrachten in het primair onderwijs die invallen wegens ziekte.
  • Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Ook krijgen ze recht op een adequaat pensioen. De definitie van de uitzendovereenkomst wordt niet gewijzigd.
  • Er worden maatregelen genomen om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen. Zo moet een werknemer minstens vier dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. Ook houden oproepkrachten recht op loon als het werk minder dan vier dagen van tevoren wordt afgezegd. De termijn van vier dagen kan bij cao worden verkort tot één dag.

LET OP: het gaat bij de Wet arbeidsmarkt in balans alleen nog maar om een wetsvoorstel.
Hoe de uiteindelijke wet eruit gaat zien en per wanneer de wet dan in werking zal treden, is nog absoluut onduidelijk!

 

Ga terug naar het algemene overzicht rechtsgebieden.