Actuele ontwikkelingen in het recht

Personen en familierecht:

Het wetsvoorstel (34.231) tot verkorting van de duur van de partneralimentatie is aangenomen.
De Eerste Kamer ging op 21 mei 2019 akkoord.
De nieuwe wettelijke regeling zal moeten gaan gelden voor de echtscheidingsprocedures die vanaf 1 januari 2020 worden gestart .
De nieuwe wettelijke regeling ziet er in grote lijnen als volgt uit.

Uitgangspunt van de nieuwe wettelijke regeling is dat de duur van de partneralimentatie gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk, maar met een maximum van 5 jaren.  Op dit uitganspunt zijn  3 uitzonderingen gemaakt.

Indien bij de start van de echtscheidingsprocedure het huwelijk langer dan 15 jaren heeft geduurd, terwijl de alimentatiegerechtigde maximaal 10 jaar jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd, dan eindigt de  alimentatieduur niet voordat de AOW-leeftijd is bereikt.

Indien bij de start van de echtscheidingsprocedure het huwelijk langer dan 15 jaren heeft geduurd, terwijl de alimentatiegerechtigde is geboren op of voor 1 januari 1970 en meer dan 10 jaar jonger is dan de AOW-gerechtigde leeftijd, dan eindigt de  alimentatieduur na 10 jaren.

Indien er kinderen zijn geboren uit het huwelijk dan eindigt, in afwijking van het voorgaande, de alimentatieduur niet voordat de kinderen de leeftijd van 12 jaren hebben bereikt.

Als meerdere van de hiervoor genoemde situaties gelijktijdig aan de orde zijn, dan geldt de langste termijn.

Partijen kunnen natuurlijk een kortere, maar ook een langere duur afspreken.

Deze nieuwe regeling met betrekking tot de duur van de partneralimentatie is ook van toepassing op de beëindiging met wederzijds goedvinden of de ontbinding van een geregistreerd partnerschap.

Nieuw huwelijksvermogensrecht per 1 januari 2018
Voor mensen die in 2018 of daarna in Nederland trouwen geldt niet meer automatisch het
 systeem van een algehele gemeenschap van goederen. 
Mensen die in 2018 of daarna trouwen houden een eigen vermogen.
Er ontstaat daarnaast ook nog een gemeenschappelijk vermogen. 
Het is mogelijk om van het nieuwe systeem door middel van huwelijkse voorwaarden  af te wijken.

Als niet wordt afgeweken van het wettelijke systeem, dan geldt globaal het volgende.
Wat elk van de echtgenoten afzonderlijk of gezamenlijk vanaf de huwelijksdatum verkrijgen wordt
gemeenschappelijk eigendom.   Dat geldt echter niet ten aanzien alles dat verkregen wordt.
Belangrijke uitzonderingen zijn bijvoorbeeld wat elk van de echtgenoten afzonderlijk uit een nalatenschap
(dus vanuit een erfenis) of uit een gift ontvangt. Bepaalde pensioenrechten worden ook niet gemeenschappelijk. 
Die goederen en rechten blijven dus van de echtgenoot die erft of de schenking krijgt of de pensioenrechten opbouwt.
Gemeenschappelijk blijft wat de echtgenoten al voor de huwelijkssluiting gemeenschappelijk hadden.
Niet gemeenschappelijk worden de goederen die elk echtgenoten reeds voor de huwelijkssluiting hadden.

Arbeidsrecht:

Wet arbeidsmarkt in balans (Wab)
De Eerste Kamer is op 28 mei 2019 akkoord gegaan met het wetsvoorstel Wet Arbeidsmarkt in Balans.
De datum van inwerkingtreding zal 1 januari 2020 zijn.

Het persbericht d.d. 7 november 2018 van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid meldt over bedoelingen van het wetsvoorstel onder andere het volgende:

  • Ontslag wordt ook mogelijk als er sprake is van een optelsom van omstandigheden, de zogenaamde cumulatiegrond. Nu moet de werkgever aan een van de acht ontslaggronden volledig voldoen. Deze nieuwe negende grond geeft de rechter de mogelijkheid omstandigheden te combineren. De werknemer kan maximaal een halve transitievergoeding extra krijgen (bovenop de transitievergoeding), wanneer de cumulatiegrond gebruikt wordt voor het ontslag.
  • Werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding (ontslagvergoeding), ook tijdens de proeftijd. Nu geldt dit pas vanaf een dienstverband vanaf twee jaar.
  • De opbouw van de transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden. Dit wordt voor iedereen een derde maandsalaris per gewerkt jaar.
  • De WW-premie wordt voor werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract. Nu is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waar een bedrijf actief in is.
  • Er komt een regeling voor kleine werkgevers om de transitievergoeding te compenseren als ze hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte.
  • Verlenging van de proeftijd voor werkenden die meteen een vaste contract krijgen, van twee maanden naar vijf maanden.
  • De opeenvolging van tijdelijke contracten, de zgn. ketenbepaling, wordt verruimd. Nu is het mogelijk om aansluitend drie tijdelijke contracten in twee jaar te aan te gaan. Dit wordt drie jaar.
  • Ook wordt het mogelijk om de pauze tussen een keten tijdelijke contracten per cao te verkorten van zes naar drie maanden als er sprake is van terugkerend tijdelijk werk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan.
  • Daarnaast komt er een uitzondering op de ketenregeling voor invalkrachten in het primair onderwijs die invallen wegens ziekte.
  • Werknemers die op payrollbasis werken, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Ook krijgen ze recht op een adequaat pensioen. De definitie van de uitzendovereenkomst wordt niet gewijzigd.
  • Er worden maatregelen genomen om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen. Zo moet een werknemer minstens vier dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. Ook houden oproepkrachten recht op loon als het werk minder dan vier dagen van tevoren wordt afgezegd. De termijn van vier dagen kan bij cao worden verkort tot één dag.

 

 

Ga terug naar het algemene overzicht rechtsgebieden.